Kant’s Critique of Practical Reason. A Critical Guide. Edited by Andrews Reath & Jens Timmerman (2010). Cambridge: Cambridge University Press. more

Review published in Tijdschrift voor Filosofie, 2010, vol. 72(4), pp. 815–817.

1 TIJDSCHRIFT VOOR FILOSOFIE Vol. 72. Issue 4. pp. 815–817. doi: 10.2143/TVF.72.4.2062402 http://poj.peeters-leuven.be/content.php?url=issue&journal_code=TVF&issue=4&vol=72 [Final draft – Not for quotation] Andrews REATH & Jens TIMMERMANN (Eds.), Kant’s Critique of Practical Reason. A Critical Guide (Cambridge Critical Guides). Cambridge, Cambridge University Press, 2010, 23 x 15, 226 p., £ 50. Hoewel in de afgelopen decennia enorm veel specialistische literatuur gepubliceerd is over Kants ethiek en praktische filosofie, is dit werk pas de eerste belangwekkende dieptestudie over Kants tweede Kritiek in de Angelsaksische literatuur sinds het verschijnen van Lewis White Becks A Commentary on Kant’s Critique of Practical Reason (Chicago, Chicago University Press, 1960). De redacteurs hebben daartoe beroep gedaan op Engelstalige bijdragen van verscheidene internationaal gerenommeerde Kantspecialisten uit de Angelsaksische én de Duitse academische wereld. Het werk biedt gedetailleerde analyses en discussies van de achtergronden en de voornaamste onderwerpen van Kants tweede Kritiek – zoals de zuivere praktische rede, het ‘Factum der Vernunft’, de deductie van moraliteit, het gevoel van achting, de antinomieën van de praktische rede, het hoogste goede, het primaat van de praktische rede, de praktische postulaten, de vrije wil, de methodeleer, enz. – alsook van de relatie van deze thema’s tot het geheel van Kants kritische filosofie. Heiner Klemme bestudeert de oorsprong en doelstelling van Kants tweede Kritiek aan de hand van ontwikkelingen in Kants kritische filosofie in de loop van 1786–1787, namelijk de ontdekkingen van het a priori karakter van smaakoordelen en de antinomieën van de praktische rede wat het schrijven van drie afzonderlijke Kritieken noodzaakte. Andrews Reath argumenteert dat Kants notie van een ‘formeel principe’ niet louter een principe is dat abstractie van inhoud vergt, maar een principe dat intern constitutief én normatief noodzakelijk is voor het domein van de zuivere rationele wil als een praktisch cognitieve activiteit. Pauline Kleingeld bestudeert Kants claim dat het morele bewustzijn een ‘Factum der Vernunft’ is en argumenteert dat ‘Factum’ verwijst naar een feit in de betekenis van een resultaat van een activiteit en dat het morele bewustzijn begrepen moet worden als het bewustzijn van een rationeel principe, i.c. de wet van de zuivere praktische rede. Jens Timmermann bestudeert de verschillen tussen de deducties van vrijheid en moraliteit in de Fundering van de Metafysica der Zeden en de tweede Kritiek en argumenteert dat in de tweede Kritiek Kant de formele deductie van de categorische imperatief niet langer verbindt 2 aan de transcendentale deductie van het bestaan van intelligibele rationele wezens, en dat hij de vraag naar de mogelijkheid van de categorische imperatief terzijde kan schuiven door aan te nemen dat het morele bewustzijn volstaat om de werkelijkheid van moraliteit aan te tonen. Stephen Engstrom onderzoekt hoe de zuivere rede ons tot handelen kan aanzetten, d.w.z. hoe de zuivere rede praktisch kan zijn bij menselijke wezens waarvan de keuze onderhevig is aan zintuiglijke impulsen die in strijd met de morele wet kunnen zijn, en analyseert Kants ingewikkelde notie van het zuivere gevoel van achting als het effect van de morele wet in termen van de uitvoerbaarheid van de zuivere rede in rationele wezens met een zintuiglijke natuur. Pierre Keller bestudeert Kants conceptie van de vrije wil en analyseert Kants verwerping van het ‘standaard’ compatibilisme tussen een ‘zwakke’ notie van psychologische vrijheid en causaal determinisme en zijn verdediging van een ‘complex’ compatibilisme dat een verzoening betracht van een ‘sterkere’ transcendentale conceptie van vrijheid en causaal determinisme aan de hand van een epistemologische, perspectivistisch-dualistische benadering van handelen volgens het transcendentaal idealisme. Eric Watkins analyseert de antinomieën van de praktische rede en het hoogste goede als het onvoorwaardelijke object van de zuivere praktische rede en onderzoekt of er überhaupt een object van de zuivere praktische rede moet zijn, of er slechts één zulk object moet zijn, of dit object het hoogste goede moet zijn, of het hoogste goede niet veeleer het summum bonum supremum dan het summum bonum completum kan zijn, en waarom de relatie tussen deugd en geluk slechts in één causale richting gedacht kan worden. Marcus Willaschek buigt zich over het vraagstuk van het primaat van de praktische rede en de idee van een praktisch postulaat als een vorm van rationeel, subjectief geloof en bediscussieert de speciale logische structuur van Kants argument voor de mogelijkheid van een praktisch postulaat en de bijzondere epistemologische status ervan. Stefano Bacin argumenteert dat de filosofische betekenis van de methodeleer van de tweede Kritiek erin bestaat om aan te tonen hoe men een handelend persoon bewust kan maken van zijn mensheid of waardigheid als morele persoon en hoe dit bewustzijn een oprechte morele aard tot stand kan brengen. Zo verheldert de methodeleer Kants notie van ‘vatbaarheid voor moraliteit’ en biedt een antwoord op de vraag hoe de objectieve praktische rede subjectief praktisch gemaakt kan worden. De verschillende bijdragen zijn bijzonder goed gestructureerd, sterk doordacht, overtuigend beargumenteerd en glashelder geschreven. De bijdragen zijn geannoteerd met inhoudelijke toelichtingen, verhelderende citaten, kruisverwijzingen naar de tweede Kritiek en tal van andere werken van Kant, en referenties naar relevante secundaire literatuur. Het boek is ook voorzien van een tamelijk uitgebreide bibliografie met interessante bronnen voor verdere lectuur en onderzoek. Dit boek is dan ook een kwalitatief bijzonder hoogstaande studie van de belangrijkste thema’s, secties, argumenten én achtergronden van Kants tweede Kritiek en kan daarom ten stelligste aanbevolen worden voor zowel Kantonderzoekers als moraalfilosofen en masterstudenten filosofie met een bijzondere interesse in Kants ethiek. Hoewel het boek vanwege zijn focus en diepgang bij voorkeur een degelijke voorkennis van Kants praktische filosofie vergt, kan het vanwege zijn indeling in afzonderlijke en op zichzelf staande bijdragen ook parallel met Kants tweede Kritiek gelezen worden. 3 Stijn VAN IMPE
x

Log In

or reset password

Reset Password

Enter the email address you signed up with, and we'll send a reset password email to that address

Academia © 2012